Nieuws

Op deze pagina staan recente nieuwsfeiten m.b.t. tandprothetiek.


Keuzehulp Tandprothetische Zorg gelanceerd

Volgens de Keuzehulp krijgt zorgverzekeraar a.s.r. met 3,75 sterren voor het tweede jaar op rij de hoogste beoordeling op het gebied van tandprothetische zorg voor hun verzekerden. Vooral op het gebied van transparantie onderscheidt a.s.r. zich van andere zorgverzekeraars. Bij de onderbouwing van de tarieven zijn de richtlijnen van de beroepsgroep voor het vervaardigen van gebitsprotheses maatgevend. Tandprothetici kunnen hierdoor op een passende manier maatwerk leveren voor hun patiënten. Dit levert zorgverzekeraar a.s.r. een voorsprong op ten opzichte van andere zorgverzekeraars, zoals Caresq die in totaal slechts 2 sterren wist te behalen. 

Minder sterren dan vorig jaar
Over de hele linie scoren alle zorgverzekeraars dit jaar lager dan vorig jaar. Gemiddeld genomen leveren alle zorgverzekeraars een halve ster in. Dit houdt verband met een verdere aanscherping van de beoordelingscriteria vanuit het patiëntenperspectief. Vooral op het gebied van administratieve lasten laten veel zorgverzekeraars (waaronder ook a.s.r.) punten liggen, doordat ze geen inzicht kunnen geven in het percentage machtigingsaanvragen dat wordt afgewezen. De andere beoordelingscriteria hebben betrekking op: keuzevrijheid, vergoedingen in bijzondere situaties, transparantie, klanttevredenheid, informatievoorziening en kwaliteit. Op het laatst genoemde criterium ‘aandacht voor kwaliteit’ behalen CZ, VGZ en a.s.r. de hoogste score. Zilveren Kruis, DSW en a.s.r. verzamelen juist voor ‘keuzevrijheid’ de meeste sterren. Zorgverzekeraars Menzis en Zorg en Zekerheid hebben aangegeven dat ze niet wensen mee te werken aan de Keuzehulp. 

Keuzeondersteunende informatie
Een aanzienlijk deel van de tandprothetische zorg wordt vergoed vanuit de basisverzekering. De Keuzehulp Tandprothetische Zorg kan verzekerden helpen bij hun afweging om voor volgend jaar een zorgverzekeraar te kiezen. Op de website www.kunstgebit.nl staat per zorgverzekeraar een individuele rapportage met een toelichting op de behaalde score. Ook staat op de website een uitgebreide verantwoording van de gehanteerde systematiek en de onderliggende vragenlijst. De Keuzehulp voor de tandprothetische zorg is een initiatief van de Organisatie van Nederlandse Tandprothetici (ONT), de beroepsvereniging van specialisten op het gebied van gebitsprothesen.


Campagne ‘De Mond Niet Vergeten’ van start!

Initiatief van tandartsen, mondhygiënisten en tandprothetici
In radiospotjes en op de socialmediakanalen vraagt de stichting De Mond Niet Vergeten!, een initiatief van KNMT, NVM-Mondhygiënisten en ONT, aandacht voor de mondverzorging van kwetsbare ouderen. Iedere dag haar legpuzzel, elke dag haar radioprogramma, elke dag haar middagdutje… Maar poetst moeder ook elke dag haar tanden?

Test en praktische informatie
De boodschap richt zich specifiek op de mantelzorgers van 50-70 jaar, omdat zij degenen zijn die een beeld hebben of kunnen krijgen van de mondverzorging van hun vader of moeder. Mantelzorgers worden uitgenodigd een test te doen op de website demondnietvergeten.nl, waar zij ook praktische informatie krijgen over hulp bij de mondverzorging van ouderen in de thuissituatie.

Met deze campagne willen we mantelzorgers en ouderen bewust maken van het belang van dagelijkse mondverzorging, informeren over de mogelijkheden en ze tot actie aanzetten.

Toolkit voor mondzorgverleners
Naast radiospotjes, online reclames en de QuickScan is er ook een toolkit beschikbaar met materialen die te gebruiken zijn door (mond)zorgverleners, relevante verenigingen en zorgkoepel(s), zoals:

  • een persbericht voor lokale media 
  • berichten en afbeeldingen voor social media 
  • e-magazine met ervaringsverhalen en praktische tips
  • artikelen voor de websites, nieuwsbrieven en vakbladen 
  • meest gestelde vragen en antwoorden

De toolkit is te vinden op demondnietvergeten.nl/campagne. Met deze middelen kan in de eigen praktijk en binnen samenwerkingsverbanden een bijdrage worden geleverd aan de campagne.

Meer dan de helft van de 80-plussers gaat niet op controle
De groep kwetsbare ouderen wordt met name gekenmerkt door lichamelijke en psychische aandoeningen, die zich uiten in een afnemende zelfredzaamheid en mobiliteit. Het gevolg is een slechtere mondverzorging en het minder vaak bezoeken van de tandarts, mondhygiënist of tandprotheticus. Van  de 75- tot 80-jarigen gaat 1 op 3 niet meer jaarlijks naar de mondzorgverlener. Bij 80-plussers is dat zelfs 54 procent, blijkt uit onderzoek. En dat kan leiden tot ernstige mondproblemen, zoals cariës, ontstekingen en afgebroken elementen, die lichamelijk en sociaal grote gevolgen kunnen hebben.

Subsidie van VWS
De grootscheepse campagne is mogelijk gemaakt dankzij een subsidie van het ministerie van VWS. Bureau Diversions heeft het project zodanig uitgewerkt dat mantelzorgers, en kwetsbare ouderen zelf, op een laagdrempelige manier geïnformeerd worden over het belang van een goede mondgezondheid. Want die is ook op latere leeftijd medebepalend voor de kwaliteit van leven.

Vragen over deze campagne?
Op de website staat al verschillende vragen en antwoorden op een rij. Mailen kan uiteraard ook via: contact@demondnietvergeten.nl.

Samen zetten we het belang van mondzorg bij kwetsbare ouderen op de kaart!


ONT Bureau telefonisch bereikbaar tussen 09.00-12.00 uur

Onze telefonische bereikbaarheid is gewijzigd, vragen? info@ont.nl.


Onbegrip bij eerstelijn over afwijzing alternatieven jaarverantwoording

Twee uur kost het de praktijkhoudende zorgverlener volgens de staatssecretaris om een vragenlijst in te vullen die misschien wel meer dan 100 vragen gaat tellen. Hoeveel het er precies zullen zijn is nog niet bekend: naast de 65 vragen van het ministerie gaan toezichthouders IGJ en NZa (en mogelijk het CBS) er nog een trits voor eigen gebruik aan toevoegen.

54.000 uren voor de zorg aan patiënten gaan verloren
Zelfs al zou het beantwoorden van de vragen de geschatte 2 uur per zorgaanbieder kosten, dan nog gaan er bij 27.000 kleinschalige zorgaanbieders die onder de nieuwe regels gaan vallen in totaal 54.000 kostbare uren per jaar verloren die rechtstreeks ten koste gaan van de zorg voor patiënten.

Eerstelijnscoalitie heeft goede alternatieven
De Eerstelijnscoalitie, een samenwerkingsverband van de eerstelijnsorganisaties InEen, KNGF, KNMP, KNMT, KNOV, LHV, LVVP, NVM-mondhygiënisten en ONT, heeft de staatssecretaris in gesprekken en per brief alternatieven aangeboden voor de in haar ogen tijdverslindende en overbodige vragenlijsten. Die houden primair het beter benutten in van bestaande informatie die allerlei instanties nu al uitvragen bij zorgaanbieders. Ze houden enerzijds het doel van het ministerie voor ogen, namelijk maatschappelijke verantwoording afleggen over de besteding van de collectieve middelen. Anderzijds zorgen de alternatieven in tegenstelling tot de vragenlijsten van VWS niet voor onnodige extra regeldruk.

Overhaaste invoering is vragen om problemen
In zijn brief aan de Tweede Kamer geeft de staatssecretaris nu aan de alternatieven naast zich neer te leggen. Tegelijkertijd geeft hij aan de regeling Jaarverantwoording Wmg met stoom en kokend water te willen vaststellen, namelijk uiterlijk 21 september aanstaande. Dat zou betekenen dat zorgaanbieders een minimale 3 maanden hebben om de nieuwe regels tot zich te nemen en zich erop voor te bereiden. De Eerstelijnscoalitie ziet dat als het paard achter de wagen spannen: zo roep je een administratieve chaos over je af terwijl je zorgaanbieders op zijn minst een zorgvuldige voorbereiding mag gunnen.

Verantwoordingsregeling onderdeel breder pakket maatregelen
De vragenlijsten voor de jaarlijkse financiële verantwoording vloeien voort uit bredere wetgeving gericht op het bestrijden van fraude en versterken van het toezicht in de zorg. In de eerder aangenomen Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) zijn nog meer verplichtingen opgenomen, zoals een meldplicht, vergunningsplicht en eisen aan de bestuursstructuur.

(Ont)Regel de Zorg alleen met de mond beleden
Al bijna vijf jaar lang probeert de Eerstelijnscoalitie constructief mee te werken aan de wet, waarvan ze de doelstellingen deelt. Tegelijkertijd moet de coalitie zich permanent inspannen om de regeldruk niet onnodig op te laten lopen. Op het ministerie lijkt de met de mond wel beleden wens om de zorg te ‘ontregelen’ toch telkens weer ondergeschikt aan het belang van het opstellen van nieuwe regels. Het verzamelen van informatie uit allerhande vragenlijsten lijkt een doel op zich geworden, in plaats van een middel om misbruik van zorggelden aan te pakken. De coalitie heeft meerdere malen duidelijk gemaakt dat de verantwoordingsregeling onuitvoerbaar is voor kleinschalige zorgaanbieders en bovendien niet nodig aangezien fraude in de eerstelijnszorg nauwelijks voorkomt en door deze nieuwe regeling ook niet voorkomen gaat worden.

Verplichte accountantsverklaring is vervallen
Gelukkig heeft de Eerstelijnscoalitie op een aantal belangrijke punten het ministerie van VWS al wel weten te overtuigen de regels aan te passen. Zo zouden aanvankelijk alle zorgaanbieders naast de financiële verantwoording ook elk jaar een vele uren en miljoenen euro’s verslindende accountantsverklaring moeten opleveren. Die verplichting is er nu alleen nog voor grote zorginstellingen, namelijk die met een omzet van meer dan 12 miljoen euro. 


Eerstelijnscoalitie nog vol in dialoog uitvoering jaarverantwoordingsplicht (a)Wtza

In de eerder aangenomen motie van VVD en CDA wordt minister van Ark gevraagd opnieuw in gesprek te gaan met de Eerstelijnscoalitie over de uitvoeringsregeling Jaarverantwoordingsplicht voortvloeiend uit de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza). Dit biedt de kans om de administratieve lastenverzwaring, uitvoerbaarheid en proportionaliteit wederom kritisch te beoordelen. Er dreigde  een andere lezing van de motie te ontstaan, waardoor een open gesprek over inhoudelijke alternatieven voor de eerstelijnszorg niet meer mogelijk was, waarna de volgende schriftelijke vragen zijn gesteld:

Vragen van de leden Aukje de Vries (VVD) en Van den Berg (CDA) aan de Minister voor Medische Zorg en Sport over de uitvoering van de motie jaarverantwoordingsplicht (Kamerstuk 35 830 XVI, nr. 14)

1. Kunt u aangeven wanneer het aangekondigde overleg in de brief d.d. 7 juli 2021 met de Eerstelijnscoalitie zal plaatsvinden?  Bent u bereid om dit gesprek open in te gaan? Zo nee, waarom niet?  

2. Waarom bent u niet bereid om, indien er goede alternatieve oplossingen uit het overleg zouden komen om hetzelfde doel te bereiken, alsnog de regeling aan te passen, want dit was wel de intentie van de motie?  

3. Aan welke mogelijkheden denkt u als wordt aangegeven dat wordt bezien of en hoe het in de uitvoering nog makkelijker kan worden gemaakt?  

4. U geeft aan dat u de aangepaste regeling opnieuw heeft laten doorrekenen door SIRA, kan de Tweede Kamer en de Eerstelijnscoalitie de beschikking krijgen over het rapport van SIRA met de doorrekening? Zo nee waarom niet? Waarop zijn de gepresenteerde cijfers gebaseerd?  

5. U geeft aan dat voor kleine zorgaanbieders er een regeldrukvermindering is van 90% ten opzichte van de eerdere regeldrukberekening bij de internetconsultatieversie van de ontwerp-Regeling, bent u het met VVD en CDA eens dat dit relatief is en dus nog niet iets zegt over de proportionaliteit? Zo nee, waarom niet? Waar is de uitspraak met betrekking tot 90% regeldrukvermindering op gebaseerd en kan een onderbouwing gegeven worden van de 90%?  

6. De motie vroeg om het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) nogmaals te laten kijken naar specifiek de proportionaliteit van de regeling, waarom wordt hieraan niet tegemoet gekomen?  

7. Het ATR was eerder van oordeel dat nut en noodzaak van de verschillende controle- en verantwoordingseisen onvoldoende zijn aangetoond, kan de minister dit alsnog per ommegaande per controle- en verantwoordingseis doen, voor publicatie van de regeling? Zo nee, waarom niet? Kunnen de Tweede Kamer en de Eerstelijnscoalitie de aanvullende zienswijze van de ATR d.d. 1 juli 2021 krijgen? Zo nee, waarom niet?  

8. De VVD en CDA zijn het met de minister eens dat verantwoording belangrijk is, maar dit moet wel proportioneel zijn, kunt u aangeven wat nut en noodzaak is van de aanvullende informatie en vragenlijst die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vraagt van de zorgaanbieders voor de uitvoering van de wet? Waar is deze informatie voor nodig? 

De minister beantwoordt de vragen naar verwachting binnen drie tot zes weken. We houden u op de hoogte van de stappen die we als Eerstelijnscoalitie zetten om uw belang hierin maximaal te vertegenwoordigen.

Meer informatie
Wet Toetreding Zorgaanbieders (Wtza) | LHV


Zorgbonus 2021 hoogstwaarschijnlijk ook voor de mondzorg

In zijn brief laat de minister van VWS weten dat de zorgbonus opengesteld wordt voor alle zorgverleners in de sector Zorg en Welzijn. Vorig jaar was nog een aantal groepen uitgezonderd, waaronder de mondzorg, fysiotherapie en verloskunde.

De bonus is bedoeld voor zorgverleners die uitzonderlijk hebben gepresteerd in coronatijd. Het gaat daarbij om mensen die maximaal 2x een modaal maandsalaris verdienen (in 2020 was dat € 73.000,-). Afhankelijk van het aantal aanvragen zal het bonusbedrag netto zo’n €200 tot €240 bedragen.

Het is aan praktijkeigenaren om vast te stellen welke medewerkers voor de bonus in aanmerking komen en de aanvraag in te dienen. Ze kunnen niet alleen medewerkers die in loondienst zijn voordragen maar ook bijvoorbeeld zzp’ers (in 2020 met een max. uurtarief van € 88,90) of externe schoonmakers.

De minister wil uiterlijk 15 juni de precieze subsidievoorwaarden en –vereisten publiceren. Op dat moment opent ook het loket waar zorgaanbieders de bonus kunnen aanvragen. Nog voor het eind van 2021 kunnen zij de bonus dan aan de betreffende medewerkers uitbetalen.

De Mondzorgalliantie van KNMT, NVM-mondhygiënisten en ONT informeert je nader zodra de subsidieregeling 2021 gepubliceerd is.


VWS reageert op vragen over vaccinatie binnen de mondzorg

Het ministerie van VWS trekt de eerder gecommuniceerde voorrang bij het vaccineren voor de groep ‘overige zorgverleners’ voorlopig in. Daaronder vallen ook mondzorgverleners. Ze doet dat omdat ze verwacht dat het vaccineren zo sneller kan gaan omdat het opsplitsen in groepen vertragend zal werken. De Mondzorgalliantie betreurt deze wijziging.  
Zie hier de volledige reactie van VWS.


Mondzorgalliantie wil opheldering over planning en aanpak coronavaccinatie

De Mondzorgalliantie wil van het ministerie van VWS opheldering over de aanpak en de planning van coronavaccinaties voor de mondzorg. In een brief stellen KNMT, NVM-mondhygiënisten en ONT dat de informatievoorziening van het ministerie hapert en onduidelijk is.

Op de website van de Rijksoverheid worden mondzorgverleners in de planning wanneer coronavaccinaties verwacht kunnen worden niet expliciet genoemd. Dat levert onzekerheid op en daarom vraagt de alliantie aan het ministerie om de mondzorg als sector alsnog expliciet te benoemen, net zoals veel andere sectoren.

De Rijksoverheid geeft de maand mei aan als start van het vaccineren van de groep ‘Alle overige zorgverleners’; de groep waaronder de mondzorg behoort te vallen. Dat is dezelfde maand als de start van het vaccineren van de groep gezonde Nederlanders tussen de 18 en 60 jaar. Is er dan nog wel sprake van voorrang, wil de alliantie weten? Ook wil ze graag duidelijkheid over de praktische invulling van de vaccinatiestrategie voor de mondzorg.

De Mondzorgalliantie vraagt het ministerie in de brief ook om te bevestigen dat alle instellingen tandartsen, mondhygiënisten en assistenten die bij hen met kwetsbare patiënten werken ook moeten oproepen voor een coronavaccinatie. Dat gebeurt nu nog niet in alle gevallen.

Tot slot vraagt de alliantie om ook studenten aan zorgopleidingen die patiëntencontact hebben als zorgverlener aan te merken, zodat ook zij met voorrang een inenting kunnen krijgen.

Lees de brief van de Mondzorgalliantie