Nieuws

Op deze pagina staan recente nieuwsfeiten m.b.t. tandprothetiek.


Campagne ‘De Mond Niet Vergeten’ van start!

Initiatief van tandartsen, mondhygiënisten en tandprothetici
In radiospotjes en op de socialmediakanalen vraagt de stichting De Mond Niet Vergeten!, een initiatief van KNMT, NVM-Mondhygiënisten en ONT, aandacht voor de mondverzorging van kwetsbare ouderen. Iedere dag haar legpuzzel, elke dag haar radioprogramma, elke dag haar middagdutje… Maar poetst moeder ook elke dag haar tanden?

Test en praktische informatie
De boodschap richt zich specifiek op de mantelzorgers van 50-70 jaar, omdat zij degenen zijn die een beeld hebben of kunnen krijgen van de mondverzorging van hun vader of moeder. Mantelzorgers worden uitgenodigd een test te doen op de website demondnietvergeten.nl, waar zij ook praktische informatie krijgen over hulp bij de mondverzorging van ouderen in de thuissituatie.

Met deze campagne willen we mantelzorgers en ouderen bewust maken van het belang van dagelijkse mondverzorging, informeren over de mogelijkheden en ze tot actie aanzetten.

Toolkit voor mondzorgverleners
Naast radiospotjes, online reclames en de QuickScan is er ook een toolkit beschikbaar met materialen die te gebruiken zijn door (mond)zorgverleners, relevante verenigingen en zorgkoepel(s), zoals:

  • een persbericht voor lokale media 
  • berichten en afbeeldingen voor social media 
  • e-magazine met ervaringsverhalen en praktische tips
  • artikelen voor de websites, nieuwsbrieven en vakbladen 
  • meest gestelde vragen en antwoorden

De toolkit is te vinden op demondnietvergeten.nl/campagne. Met deze middelen kan in de eigen praktijk en binnen samenwerkingsverbanden een bijdrage worden geleverd aan de campagne.

Meer dan de helft van de 80-plussers gaat niet op controle
De groep kwetsbare ouderen wordt met name gekenmerkt door lichamelijke en psychische aandoeningen, die zich uiten in een afnemende zelfredzaamheid en mobiliteit. Het gevolg is een slechtere mondverzorging en het minder vaak bezoeken van de tandarts, mondhygiënist of tandprotheticus. Van  de 75- tot 80-jarigen gaat 1 op 3 niet meer jaarlijks naar de mondzorgverlener. Bij 80-plussers is dat zelfs 54 procent, blijkt uit onderzoek. En dat kan leiden tot ernstige mondproblemen, zoals cariës, ontstekingen en afgebroken elementen, die lichamelijk en sociaal grote gevolgen kunnen hebben.

Subsidie van VWS
De grootscheepse campagne is mogelijk gemaakt dankzij een subsidie van het ministerie van VWS. Bureau Diversions heeft het project zodanig uitgewerkt dat mantelzorgers, en kwetsbare ouderen zelf, op een laagdrempelige manier geïnformeerd worden over het belang van een goede mondgezondheid. Want die is ook op latere leeftijd medebepalend voor de kwaliteit van leven.

Vragen over deze campagne?
Op de website staat al verschillende vragen en antwoorden op een rij. Mailen kan uiteraard ook via: contact@demondnietvergeten.nl.

Samen zetten we het belang van mondzorg bij kwetsbare ouderen op de kaart!


ONT Bureau telefonisch bereikbaar tussen 09.00-12.00 uur

Onze telefonische bereikbaarheid is gewijzigd, vragen? info@ont.nl.


Onbegrip bij eerstelijn over afwijzing alternatieven jaarverantwoording

Twee uur kost het de praktijkhoudende zorgverlener volgens de staatssecretaris om een vragenlijst in te vullen die misschien wel meer dan 100 vragen gaat tellen. Hoeveel het er precies zullen zijn is nog niet bekend: naast de 65 vragen van het ministerie gaan toezichthouders IGJ en NZa (en mogelijk het CBS) er nog een trits voor eigen gebruik aan toevoegen.

54.000 uren voor de zorg aan patiënten gaan verloren
Zelfs al zou het beantwoorden van de vragen de geschatte 2 uur per zorgaanbieder kosten, dan nog gaan er bij 27.000 kleinschalige zorgaanbieders die onder de nieuwe regels gaan vallen in totaal 54.000 kostbare uren per jaar verloren die rechtstreeks ten koste gaan van de zorg voor patiënten.

Eerstelijnscoalitie heeft goede alternatieven
De Eerstelijnscoalitie, een samenwerkingsverband van de eerstelijnsorganisaties InEen, KNGF, KNMP, KNMT, KNOV, LHV, LVVP, NVM-mondhygiënisten en ONT, heeft de staatssecretaris in gesprekken en per brief alternatieven aangeboden voor de in haar ogen tijdverslindende en overbodige vragenlijsten. Die houden primair het beter benutten in van bestaande informatie die allerlei instanties nu al uitvragen bij zorgaanbieders. Ze houden enerzijds het doel van het ministerie voor ogen, namelijk maatschappelijke verantwoording afleggen over de besteding van de collectieve middelen. Anderzijds zorgen de alternatieven in tegenstelling tot de vragenlijsten van VWS niet voor onnodige extra regeldruk.

Overhaaste invoering is vragen om problemen
In zijn brief aan de Tweede Kamer geeft de staatssecretaris nu aan de alternatieven naast zich neer te leggen. Tegelijkertijd geeft hij aan de regeling Jaarverantwoording Wmg met stoom en kokend water te willen vaststellen, namelijk uiterlijk 21 september aanstaande. Dat zou betekenen dat zorgaanbieders een minimale 3 maanden hebben om de nieuwe regels tot zich te nemen en zich erop voor te bereiden. De Eerstelijnscoalitie ziet dat als het paard achter de wagen spannen: zo roep je een administratieve chaos over je af terwijl je zorgaanbieders op zijn minst een zorgvuldige voorbereiding mag gunnen.

Verantwoordingsregeling onderdeel breder pakket maatregelen
De vragenlijsten voor de jaarlijkse financiële verantwoording vloeien voort uit bredere wetgeving gericht op het bestrijden van fraude en versterken van het toezicht in de zorg. In de eerder aangenomen Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) zijn nog meer verplichtingen opgenomen, zoals een meldplicht, vergunningsplicht en eisen aan de bestuursstructuur.

(Ont)Regel de Zorg alleen met de mond beleden
Al bijna vijf jaar lang probeert de Eerstelijnscoalitie constructief mee te werken aan de wet, waarvan ze de doelstellingen deelt. Tegelijkertijd moet de coalitie zich permanent inspannen om de regeldruk niet onnodig op te laten lopen. Op het ministerie lijkt de met de mond wel beleden wens om de zorg te ‘ontregelen’ toch telkens weer ondergeschikt aan het belang van het opstellen van nieuwe regels. Het verzamelen van informatie uit allerhande vragenlijsten lijkt een doel op zich geworden, in plaats van een middel om misbruik van zorggelden aan te pakken. De coalitie heeft meerdere malen duidelijk gemaakt dat de verantwoordingsregeling onuitvoerbaar is voor kleinschalige zorgaanbieders en bovendien niet nodig aangezien fraude in de eerstelijnszorg nauwelijks voorkomt en door deze nieuwe regeling ook niet voorkomen gaat worden.

Verplichte accountantsverklaring is vervallen
Gelukkig heeft de Eerstelijnscoalitie op een aantal belangrijke punten het ministerie van VWS al wel weten te overtuigen de regels aan te passen. Zo zouden aanvankelijk alle zorgaanbieders naast de financiële verantwoording ook elk jaar een vele uren en miljoenen euro’s verslindende accountantsverklaring moeten opleveren. Die verplichting is er nu alleen nog voor grote zorginstellingen, namelijk die met een omzet van meer dan 12 miljoen euro. 


Eerstelijnscoalitie nog vol in dialoog uitvoering jaarverantwoordingsplicht (a)Wtza

In de eerder aangenomen motie van VVD en CDA wordt minister van Ark gevraagd opnieuw in gesprek te gaan met de Eerstelijnscoalitie over de uitvoeringsregeling Jaarverantwoordingsplicht voortvloeiend uit de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza). Dit biedt de kans om de administratieve lastenverzwaring, uitvoerbaarheid en proportionaliteit wederom kritisch te beoordelen. Er dreigde  een andere lezing van de motie te ontstaan, waardoor een open gesprek over inhoudelijke alternatieven voor de eerstelijnszorg niet meer mogelijk was, waarna de volgende schriftelijke vragen zijn gesteld:

Vragen van de leden Aukje de Vries (VVD) en Van den Berg (CDA) aan de Minister voor Medische Zorg en Sport over de uitvoering van de motie jaarverantwoordingsplicht (Kamerstuk 35 830 XVI, nr. 14)

1. Kunt u aangeven wanneer het aangekondigde overleg in de brief d.d. 7 juli 2021 met de Eerstelijnscoalitie zal plaatsvinden?  Bent u bereid om dit gesprek open in te gaan? Zo nee, waarom niet?  

2. Waarom bent u niet bereid om, indien er goede alternatieve oplossingen uit het overleg zouden komen om hetzelfde doel te bereiken, alsnog de regeling aan te passen, want dit was wel de intentie van de motie?  

3. Aan welke mogelijkheden denkt u als wordt aangegeven dat wordt bezien of en hoe het in de uitvoering nog makkelijker kan worden gemaakt?  

4. U geeft aan dat u de aangepaste regeling opnieuw heeft laten doorrekenen door SIRA, kan de Tweede Kamer en de Eerstelijnscoalitie de beschikking krijgen over het rapport van SIRA met de doorrekening? Zo nee waarom niet? Waarop zijn de gepresenteerde cijfers gebaseerd?  

5. U geeft aan dat voor kleine zorgaanbieders er een regeldrukvermindering is van 90% ten opzichte van de eerdere regeldrukberekening bij de internetconsultatieversie van de ontwerp-Regeling, bent u het met VVD en CDA eens dat dit relatief is en dus nog niet iets zegt over de proportionaliteit? Zo nee, waarom niet? Waar is de uitspraak met betrekking tot 90% regeldrukvermindering op gebaseerd en kan een onderbouwing gegeven worden van de 90%?  

6. De motie vroeg om het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) nogmaals te laten kijken naar specifiek de proportionaliteit van de regeling, waarom wordt hieraan niet tegemoet gekomen?  

7. Het ATR was eerder van oordeel dat nut en noodzaak van de verschillende controle- en verantwoordingseisen onvoldoende zijn aangetoond, kan de minister dit alsnog per ommegaande per controle- en verantwoordingseis doen, voor publicatie van de regeling? Zo nee, waarom niet? Kunnen de Tweede Kamer en de Eerstelijnscoalitie de aanvullende zienswijze van de ATR d.d. 1 juli 2021 krijgen? Zo nee, waarom niet?  

8. De VVD en CDA zijn het met de minister eens dat verantwoording belangrijk is, maar dit moet wel proportioneel zijn, kunt u aangeven wat nut en noodzaak is van de aanvullende informatie en vragenlijst die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vraagt van de zorgaanbieders voor de uitvoering van de wet? Waar is deze informatie voor nodig? 

De minister beantwoordt de vragen naar verwachting binnen drie tot zes weken. We houden u op de hoogte van de stappen die we als Eerstelijnscoalitie zetten om uw belang hierin maximaal te vertegenwoordigen.

Meer informatie
Wet Toetreding Zorgaanbieders (Wtza) | LHV


Zorgbonus 2021 hoogstwaarschijnlijk ook voor de mondzorg

In zijn brief laat de minister van VWS weten dat de zorgbonus opengesteld wordt voor alle zorgverleners in de sector Zorg en Welzijn. Vorig jaar was nog een aantal groepen uitgezonderd, waaronder de mondzorg, fysiotherapie en verloskunde.

De bonus is bedoeld voor zorgverleners die uitzonderlijk hebben gepresteerd in coronatijd. Het gaat daarbij om mensen die maximaal 2x een modaal maandsalaris verdienen (in 2020 was dat € 73.000,-). Afhankelijk van het aantal aanvragen zal het bonusbedrag netto zo’n €200 tot €240 bedragen.

Het is aan praktijkeigenaren om vast te stellen welke medewerkers voor de bonus in aanmerking komen en de aanvraag in te dienen. Ze kunnen niet alleen medewerkers die in loondienst zijn voordragen maar ook bijvoorbeeld zzp’ers (in 2020 met een max. uurtarief van € 88,90) of externe schoonmakers.

De minister wil uiterlijk 15 juni de precieze subsidievoorwaarden en –vereisten publiceren. Op dat moment opent ook het loket waar zorgaanbieders de bonus kunnen aanvragen. Nog voor het eind van 2021 kunnen zij de bonus dan aan de betreffende medewerkers uitbetalen.

De Mondzorgalliantie van KNMT, NVM-mondhygiënisten en ONT informeert je nader zodra de subsidieregeling 2021 gepubliceerd is.


VWS reageert op vragen over vaccinatie binnen de mondzorg

Het ministerie van VWS trekt de eerder gecommuniceerde voorrang bij het vaccineren voor de groep ‘overige zorgverleners’ voorlopig in. Daaronder vallen ook mondzorgverleners. Ze doet dat omdat ze verwacht dat het vaccineren zo sneller kan gaan omdat het opsplitsen in groepen vertragend zal werken. De Mondzorgalliantie betreurt deze wijziging.  
Zie hier de volledige reactie van VWS.


Mondzorgalliantie wil opheldering over planning en aanpak coronavaccinatie

De Mondzorgalliantie wil van het ministerie van VWS opheldering over de aanpak en de planning van coronavaccinaties voor de mondzorg. In een brief stellen KNMT, NVM-mondhygiënisten en ONT dat de informatievoorziening van het ministerie hapert en onduidelijk is.

Op de website van de Rijksoverheid worden mondzorgverleners in de planning wanneer coronavaccinaties verwacht kunnen worden niet expliciet genoemd. Dat levert onzekerheid op en daarom vraagt de alliantie aan het ministerie om de mondzorg als sector alsnog expliciet te benoemen, net zoals veel andere sectoren.

De Rijksoverheid geeft de maand mei aan als start van het vaccineren van de groep ‘Alle overige zorgverleners’; de groep waaronder de mondzorg behoort te vallen. Dat is dezelfde maand als de start van het vaccineren van de groep gezonde Nederlanders tussen de 18 en 60 jaar. Is er dan nog wel sprake van voorrang, wil de alliantie weten? Ook wil ze graag duidelijkheid over de praktische invulling van de vaccinatiestrategie voor de mondzorg.

De Mondzorgalliantie vraagt het ministerie in de brief ook om te bevestigen dat alle instellingen tandartsen, mondhygiënisten en assistenten die bij hen met kwetsbare patiënten werken ook moeten oproepen voor een coronavaccinatie. Dat gebeurt nu nog niet in alle gevallen.

Tot slot vraagt de alliantie om ook studenten aan zorgopleidingen die patiëntencontact hebben als zorgverlener aan te merken, zodat ook zij met voorrang een inenting kunnen krijgen.

Lees de brief van de Mondzorgalliantie 


Nieuwsbericht: uitwerking vaccinatiestrategie COVID-19 per 21 december

23 december 2020

Maandag de 21e december heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Hugo de Jonge de Kamer geïnformeerd over de verdere uitwerking van de vaccinatiestrategie. Naar aanleiding van vragen bij de ledenservices in dit bericht de kern van voornoemde uitwerking en de betekenis ervan voor de mondzorg.

Goedkeuring vaccins en leveringsschema

Het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) heeft een positief advies gegeven over de toelating van het BioNTech/Pfizer vaccin in de Europese Unie. De Gezondheidsraad is gevraagd met spoed te adviseren over de geschiktheid van het vaccin voor de specifieke doelgroepen.  Kort na markttoelating worden de eerste vaccins van BioNTech/Pfizer geleverd. Het leveringsschema ziet er op dit moment als volgt uit:

  • December: 174.525 doses
  • Januari: 659.100 doses
  • Februari: 673.725 doses
  • Maart: 994.500 doses

Vooralsnog is het leveringsschema van BioNTech/Pfizer het meest concreet. Het plannen van de vaccinaties door de GGD'en is afhankelijk van de exacte leverdata en de exacte volumes van het BioNTech/Pfizer-vaccin.

De hoofdroute van de vaccinatiestrategie en het advies van de Gezondheidsraad blijven het uitgangspunt voor de volgorde van de vaccinaties. Daarbij dient rekening gehouden te worden met de drie afhankelijkheden:

  • De geschiktheid van vaccins voor specifieke groepen;
  • Het moment van beschikbaarheid van vaccins, en de aantallen waarin ze worden geleverd; en,
  • De logistieke kenmerken. Dit kan bijvoorbeeld gaan over de bewaartemperatuur, maar ook over het aantal vaccins dat per eenheid verpakt zit.

Doelgroepen eerste vaccinatieronde

Zorgmedewerkers van verpleeghuizen, kleinschalige woonvormen, gehandicaptenzorg, wijkverpleging en Wmo-ondersteuning ontvangen als eerste een uitnodiging voor de COVID-19 vaccinatie. Gebaseerd op de beschikbare cijfers en uitgaande van een 75% opkomst voor de vaccinatie, kan iedereen uit bovengenoemde groep gevaccineerd zijn medio maart 2021.  

Vaccinatie volgende doelgroepen

Na de vaccinatie van de eerste groep kwetsbare mensen en de zorgmedewerkers die met deze groepen werken, komen volgende groepen in beeld. Na de eerste groep kwetsbaren en hun zorgmedewerkers volgen achtereenvolgens: 

2. De tweede groep en dat zijn de 60-plussers:

  • Met een medische indicatie, bijv. diabetes, luchtwegziekten,
    chronische nierziekten, afweerstoornis.
  • Zonder medische indicatie.            

Bij deze groep wordt gestart met de oudste leeftijd cohorten. Hierbij geldt dat een nadere onderverdeling mogelijk noodzakelijk zal zijn, in verband met de omvang van de leveringen van vaccins.

3. Mensen onder de 60 jaar met een medische indicatie;

4. Zorgmedewerkers van bovengenoemde groepen;

5. Zorgmedewerkers die in direct contact staan met patiënten met COVID-19

6. Overige zorgmedewerkers;

7. Mensen tussen de 18 en 60 jaar. Het gaat daarbij om iedereen zonder onderliggend lijden.

De exacte betekenis van deze prioritering voor de mondzorg is nog onduidelijk. Nadere uitwerking volgt en de mondzorgalliantie zal in de reeds geplande gesprekken met VWS het belang van continuering van de mondzorg benadrukken. Bescherming van de zorgverleners is daarbij van belang. Niet alleen via de eigen kennis en kunde, via de richtlijn infectiepreventie en de  leidraad, maar juist ook door middel van vaccinatie. In de gesprekken met VWS zal er ook aandacht zijn voor de groep mondzorgverleners werkzaam in de intramurale setting.  

Deze volgorde van doelgroepen, op basis van de voorgestelde hoofdroute, is weergegeven in de onderstaande figuur (Vaccinatiestrategie_Nederland.pdf)

 

 

Afhankelijk van bijvoorbeeld de geschiktheid van deze vaccins voor specifieke groepen, de beschikbaarheid en leveringstermijnen, zal mogelijk binnen deze groepen nog een nadere prioritering moeten worden aangebracht. In volgende voortgangsbrieven komt daar meer informatie over. De mondzorgalliantie zal u hierover blijven informeren.  

Inzet extra (mondzorg)personeel voor vaccinaties

De ledenservices krijgen met enige regelmaat berichten van leden die graag willen ondersteunen bij het vaccineren door de GGD’s. De GGD’en beschikken al over geschikt medisch personeel dat vaccins kan toedienen. Zo nodig kunnen mensen met een niet medische achtergrond opgeleid worden, die via de verlengde armconstructie onder het toezicht van medisch personeel vaccinaties kunnen uitvoeren.  De GGD'en hebben berekeningen gemaakt over de aantallen benodigde 'prikkers'. Afhankelijk van de regio gaat het om 10 tot 30 prikkers. De GGD'en kunnen daarvoor een beroep doen op eigen medewerkers en bestaande poules van mensen in de regio die zij in kunnen zetten voor het vaccineren.

Mocht een tekort dreigen, dan ligt er al een aanzienlijke hoeveelheid aanbiedingen van partijen die kunnen en willen helpen. Met het ministerie van Defensie is de afspraak gemaakt dat zo nodig 1000 mensen kunnen worden opgeroepen voor de coördinatie en ondersteuning op de priklocaties en het daadwerkelijk vaccineren. Via de verlengde arm constructie kan niet-medisch personeel na opleiding onder toezicht van medisch personeel worden ingezet. Defensie start ter voorbereiding van het grootschalige vaccinatieprogramma met het voorbereiden en opleiden van het mogelijk benodigde personeel.

Extra communicatie zorgpersoneel

Ten aanzien van de vaccinbereidheid onder zorgpersoneel komt in de lopende publiekscampagne over vaccinatie, met uitingen zoals advertenties en televisiespot, extra aandacht voor zorgmedewerkers. Bij de uitnodiging voor de vaccinatie ontvangen zij een heldere bijsluiter, gemaakt door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, met daarin informatie over eventuele bijwerkingen en het (gunstige) effect van het vaccin. Ook krijgen online onderdelen uit de publiekscampagne een extra uitwerking richting deze groep en kiezen we voor de kanalen waar zorgmedewerkers vaak te vinden zijn.

Richtlijn ‘Uitvoering COVID-19 vaccinatie’

Tot slot, het RIVM maakt samen met de betrokken (uitvoerende) partijen (Verenso, V&VN, NHG, NVIB, NVAB, NVAVG, Lareb, NIV en LCR) een richtlijn ‘Uitvoering COVID-19 vaccinatie’. De conceptrichtlijn komt 24 december online. De brancheverenigingen worden daarna gevraagd voor randvoorwaardelijke toetsing. Als het EMA klaar is met de beoordeling, er een Europese bijsluitertekst is en de Gezondheidsraad een aanvullend advies heeft gegeven zal de richtlijn zo nodig worden aangepast en is daarna (uiterlijk 31 december as.) definitief. Vervolgens zal de richtlijn bij het beschikbaar komen van een nieuw COVID-19-vaccin of op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten worden uitgebreid.

Namens ANT, NVM-mondhygiënisten, ONT en KNMT

 


Gevolgen voorgenomen maatregelen voor de mondzorg

Zojuist is er in een extra nieuwsuitzending van het NOS een overzicht gegeven van de voorgenomen maatregelen die vanavond om 19 uur door minister-president Rutte worden aangekondigd. De NOS spreekt van bevestigde berichtgeving.  
Medische contactberoepen, zoals de mondzorg, kunnen hun zorg blijven leveren en hoeven niet te sluiten. Dit is een bevestiging van hetgeen het ministerie van VWS eerder aan de Mondzorgalliantie, van KNMT, ANT, NVM-mondhygiënisten en ONT, heeft geschreven

De Mondzorgalliantie is zich ervan bewust dat de voorgenomen maatregelen tot een terugloop van het patiëntenbezoek kunnen leiden. Data hierover wordt gemonitord en er is al contact gezocht met overheid en verzekeraars.

Na de toespraak van minister-president Rutte vanavond informeert de Mondzorgalliantie u nader. 


Mondzorg blijft toegankelijk tijdens 'harde lockdown'

Medische contactberoepen, zoals in de mondzorg, kunnen de komende tijd zorg blijven leveren en hoeven niet te sluiten. Dit heeft minister-president Rutte gezegd tijdens zijn toespraak over de 'harde lockdown'. 

Mondzorgverleners die tijdens de lockdown kinderopvang nodig hebben, kunnen hiervan gebruik maken. De kinderopvang blijft namelijk open voor kinderen van ouders in 'vitale beroepen'.

Meer patiënt informatie 


ONT: Nieuwe regels jaarverantwoording onbetaalbaar en onuitvoerbaar

De nieuwe regels voor de openbare jaarverantwoording zijn onuitvoerbaar en kosten tandprothetici en andere eerstelijns zorgverleners minstens 100 miljoen euro. Dat is onaanvaardbaar voor de ONT en haar eerstelijnscoalitiepartners, die willen dat de ministeriële regeling terug naar de tekentafel gaat.  

De eerstelijnscoalitie, bestaande uit de ONT, LHV, KNMT, KNOV, KNMP, KNGF, ANT, ONT, LVVP, InEen, NVvP en NVM-mondhygiënisten, maakt zich grote zorgen over de impact van de nieuwe ‘Regeling jaarverantwoording WMG’. Kleinschalige eerstelijnszorgaanbieders worden namelijk geconfronteerd met een onacceptabele lastenverzwaring, zowel administratief als financieel. Zo hebben accountants berekend dat alleen al de accountantscontrole, slechts één van de nieuwe verplichtingen onder de regeling, de eerstelijnszorg jaarlijks 100 miljoen euro zal kosten. 

Daarnaast moet er ook een jaarrekening volgens een voorgeschreven model worden gemaakt, jaarlijks een vragenlijst over de financiële bedrijfsvoering worden ingevuld en een bestuursverslag worden opgesteld. 

Disproportioneel
De nieuwe eisen vloeien voort uit bredere wetgeving gericht op het bestrijden van fraude en versterken van het toezicht in de zorg. In de eerder aangenomen Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) zijn meer verplichtingen opgenomen, zoals een meldplicht, vergunningsplicht en eisen aan de bestuursstructuur. De regeling omtrent de openbare jaarverantwoording is een uitwerking van enkele wijzigingen die met deze wet samen hangen. 

Binnen de eerstelijnszorg komt fraude echter nauwelijks voor, terwijl de impact van de regeling groot is. Het is dan ook disproportioneel om een hele sector aanvullende informatie te laten verstrekken met het oog op fraudebestrijding, terwijl uit onderzoek blijkt dat fraude bij kleinschalige eerstelijns zorgaanbieders nauwelijks voorkomt. 

Daarnaast blijkt het ook onuitvoerbaar voor zorgverleners én accountants. Accountants kunnen op basis van de nu gestelde verplichtingen namelijk geen goedkeurende verklaring afgeven, omdat binnen de eerstelijnszorg de noodzakelijke organisatiestructuur, met scheiding van functies, ontbreekt. 

Kleine en grote zorginstellingen
Dit raakt ook gelijk aan het overkoepelende bezwaar dat de eerstelijnscoalitie heeft aangedragen. Deze wetgeving is opgesteld met grote zorginstellingen in gedachten. Kleinschalige eerstelijns zorgaanbieders zijn echter heel anders georganiseerd. De zorgverlener, zoals een tandprotheticus, is zelf ook de praktijkhouder. Een managementlaag of administratie die deze lasten op kan pakken ontbreekt. Elke nieuwe administratieve last gaat dus rechtstreeks ten koste van patiëntentijd.  

De afgelopen jaren hebben de lasten zich opgestapeld en het ministerie lijkt zich onvoldoende bewust van de impact die dit heeft op kleinschalige zorgaanbieders. Daarom pleit de eerstelijnscoalitie ervoor om de huidige regeling te schrappen en samen met de eerstelijn een nieuwe regeling te ontwerpen, die zowel toeziet op een juiste besteding van publiek geld als de impact zoveel mogelijk beperkt.  

Naast een reactie op de internetconsultatie die de partijen nu ingediend hebben heeft de eerstelijnscoalitie een brief gestuurd naar de Regiegroep (Ont)Regel de Zorg, worden Tweede Kamerleden benaderd en sturen wij aan op bestuurlijk overleg met het ministerie van VWS.  Het ministerie van VWS heeft inmiddels contact gezocht om een afspraak te maken met de LHV en de KNMT, die alle betrokken partijen zullen vertegenwoordigen. 

Ook minister Tamara van Ark (Medische Zorg) heeft vandaag al via de media laten weten snel met de koepelorganisaties in gesprek te gaan over de wet. "Ik vind de balans tussen enerzijds voldoende verantwoording- om te voorkomen dat geld dat voor de zorg is bedoeld daar niet terechtkomt- en anderzijds zo min mogelijk administratieve lasten heel belangrijk" aldus de minister. 

Lees ook in dagblad Trouw: Nieuwe wet voor huisarts, tandarts en fysiotherapeut 'niet uitvoerbaar' en 'onbetaalbaar'


Persbericht: Keuzehulp Tandprothetische Zorg gelanceerd

Hoofddorp, 26 november 2020

 

-------------PERSBERICHT-----------------


Keuzehulp Tandprothetische Zorg gelanceerd

Vanaf vandaag staat de Keuzehulp Tandprothetische Zorg weer op de website www.kunstgebit.nl De Keuzehulp ondersteunt verzekerden jaarlijks bij het maken van een passende keuze voor een zorgverzekeraar op het gebied van tandprothetische zorg. Op een eenvoudige wijze maakt de Keuzehulp inzichtelijk welke voor de patiënt belangrijke bepalingen zijn opgenomen in de polisvoorwaarden en welke afspraken zorgverzekeraars en tandprothetici hebben gemaakt. Alle zorgverzekeraars scoren volgens de gehanteerde criteria drie of meer van de vijf sterren.  

Een aanzienlijk deel van de tandprothetische zorg wordt vergoed vanuit de basisverzekering. De Keuzehulp Tandprothetische Zorg kan verzekerden helpen bij hun afweging om voor volgend jaar een zorgverzekeraar te kiezen. De Keuzehulp is te vinden op de website www.kunstgebit.nl.

Zorgverzekeraar a.s.r. als beste uit de bus
Volgens de Keuzehulp krijgt zorgverzekeraar a.s.r. met 4,25 sterren de hoogste beoordeling op het gebied van tandprothetische zorg voor hun verzekerden. Alle zorgverzekeraars scoren volgens de gehanteerde criteria overigens drie of meer van de vijf sterren. In vergelijking met vorig jaar zijn de beoordelingscriteria in de Keuzehulp op onderdelen aangepast waardoor er een duidelijker onderscheid tussen de zorgverzekeraars is ontstaan. De criteria hebben betrekking op: keuzevrijheid, administratieve belasting, vergoedingen in bijzondere situaties, klanttevredenheid, informatievoorziening en kwaliteit. Op de website www.kunstgebit.nl staat per zorgverzekeraar een individuele rapportage met een toelichting op de behaalde score. Ook staat op de website een uitgebreide verantwoording van de gehanteerde systematiek en de onderliggende vragenlijst.

Uitvoerig traject
De Keuzehulp voor de tandprothetische zorg is een initiatief van de Organisatie van Nederlandse Tandprothetici (ONT), de beroepsvereniging van specialisten op het gebied van gebitsprothesen. De onderliggende vragenlijst werd ontwikkeld na overleg met een aantal patiëntenorganisaties en ouderenbonden. De vragenlijst is vervolgens voorgelegd aan alle zorgverzekeraars met het verzoek deze te beantwoorden. Vrijwel alle zorgverzekeraars gaven gehoor aan deze oproep. Zij hebben de vragen beantwoord en voorzien van een toelichting. Aan de hand van deze antwoorden en het feitelijke beleid van deze verzekeraars is aan de betreffende zorgverzekeraars een voorlopige score toegekend. In een commentaarronde kregen de zorgverzekeraars de gelegenheid op deze voorlopige scores te reageren. De reacties van de zorgverzekeraars zijn zoveel mogelijk verwerkt in de definitieve versie van de Keuzehulp Tandprothetische Zorg. 

Noot voor de reactie: Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het secretariaat van de Organisatie van Nederlandse Tandprothetici. Het secretariaat is bereikbaar op werkdagen 9.00 - 17.00 uur via info@ont.nl of 023- 7200444.


Persbericht: Marnix de Romph voorzitter Organisatie van Nederlandse Tandprothetici, Frederik Vogelzang nieuwe directeur

De benoeming van Marnix de Romph als voorzitter van de ONT is een unicum in de geschiedenis van de organisatie. Voor het eerst treedt een niet-tandprotheticus toe tot het bestuur van de organisatie. Marnix de Romph is dan ook geen onbekende in de kringen van de ONT. De afgelopen 16 jaar was hij in verschillende rollen werkzaam voor de vereniging waarvan de laatste jaren als directeur. De ONT behartigt de belangen van de ruim 500 aangesloten tandprothetici en werkt binnen de Mondzorgalliantie intensief samen met NVM-mondhygiënisten en tandartsenverenigingen ANT en KNMT.
Ambities Voortbouwend op de hbo-accreditatie van de opleiding tot tandprotheticus aan de Hogeschool Utrecht vorig jaar, ziet De Romph een mooie toekomst voor de ontwikkeling van het vak van tandprotheticus. ”We willen de toegepaste tandheelkunde met een lectoraat tandprothetiek op een hoger plan brengen en het vak van tandprotheticus met behulp van digitalisering verder door ontwikkelen”, aldus de kersverse voorzitter. De Romph is eveneens voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten (NVvP) en directeur van P3NL, de federatie van 13 wetenschappelijke en beroepsverenigingen van psychologen, psychotherapeuten en pedagogen.

Nieuwe directeur Als opvolger van Marnix de Romph werd Frederik Vogelzang (48) door de ledenvergadering aangesteld als directeur van de ONT. Bij de positionering van tandprothetici en het verder professionaliseren van de vereniging is het nieuwe beleidsplan dat door de ALV werd vastgesteld voor hem richtinggevend. “Het beleidsplan heeft als hogere doel om de best mogelijke tandprothetische zorg voor iedereen bereikbaar te maken en daarmee een bijdrage te leveren aan de mondgezondheid in Nederland. Daar wil ik mij graag voor inzetten”, aldus Vogelzang. Naast zijn functie binnen de ONT is Vogelzang onder meer toezichthouder bij PoZoB, een zorggroep van huisartsen in Zuidoost-Brabant en Noord-Limburg.


Nieuwsbericht: Pluim van VWS voor mondzorg tijdens coronapandemie

Het ministerie gaat ook in op de kwestie rond zorgberoepen en contactberoepen. Daarover schrijft ze het volgende:

Tijdens de zorgverlening is er meestal nauw contact tussen de patiënt en de zorgverlener. Dit geldt niet alleen voor de mondzorg, maar voor de meeste zorgberoepen. De meeste zorgberoepen vallen hiermee in de categorie contactberoepen. Omdat het van belang is dat de reguliere zorgverlening zo veel mogelijk doorgang kan vinden, worden er voor de zorg uitzonderingen gemaakt op de maatregelen om de pandemie terug te dringen. Dit is opgenomen in artikel 58f derde lid sub b. Daar waar uitzonderingen worden gemaakt voor de zorg, gelden deze uitzonderingen vanzelfsprekend ook voor de mondzorg.

Met deze uitspraak ziet de Mondzorgalliantie zich nogmaals gesterkt in haar eerdere standpunt dat de mondzorgverleners als zorgberoepen moeten worden gezien.

Brief VWS over positionering mondzorg


Nieuwsbericht: inzet en gebruik van antigeen(sneltesten) in de mondzorg

Behalve het bestellen ervan is ook de wijze waarop de testen gebruikt kunnen worden aan voorwaarden gebonden. Wie buiten de buiten GGD-teststraten testen wil afnemen moet aan een aantal uitgangspunten voldoen. De belangrijkste daarvan zijn het zorgen voor veilige afname van monsters en uitvoering van testen door speciaal daarvoor getraind personeel, met adequate persoonlijke beschermingsmiddelen en onder medische verantwoordelijkheid van een (bedrijfs)arts met een BIG-registratie en het borgen van verplichte melding (op grond van Wet Publieke Gezondheid) van positieve personen bij de regionale GGD.  

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2020/11/04/uitgangspunten-voor-inzet-testen-op-covid-19-waaronder-antigeensneltesten-buiten-de-ggd-testlocaties

Zowel de bestelwijze als de voorwaarden voor het kunnen afnemen van testen maakt dat sneltesten nu nog niet in mondzorgpraktijken zelf kan plaatsvinden. De Mondzorgalliantie is in gesprek met het ministerie van VWS om te kijken op welke manier de mondzorg binnen afzienbare tijd ook gebruik kan maken van de sneltesten.

Namens ANT, NVM-mondhygiënisten, ONT en KNMT


Feestelijke uitreiking diploma’s en Jan Molenwijkprijs

Op vrijdag 18 september j.l. ontvingen 18 afgestudeerde tandprothetici hun diploma. De afgestudeerde tandprothetici werden als nieuwe beroepsgenoten namens de ONT welkom geheten door vice-voorzitter van de ONT Youri de Visser. Na het afleggen van de eed, de mooie woorden van docenten en de inschrijving in het diplomaregister van tandprothetici kunnen de afgestudeerden hun toekomst als gediplomeerd tandprotheticus officieel beginnen.

Een aantal afgestudeerden viel daarbij een bijzondere eer te beurt. Zij ontvingen uit handen van Frederik Vogelzang (senior beleidsmedewerker bij de ONT) de Jan Molenwijk prijs voor hun afstudeeronderzoek. Het betreffende onderzoek naar overmatig gebruik van bruistabletten op de materiaalhardheid van gebitsprothesen van Beemsterboer-Verhagen, Boland-Ladage, Jerbic-van Gemert en Lantinga heeft een bijna wetenschappelijk karakter. In een artikel en duidelijke presentatie werd eerder helder uiteengezet wat het effect is van bruistabletten op de hardheid van het materiaal, met als conclusie dat prothesereinigingsmiddelen zorgvuldig dienen te worden gebruikt en zeker niet overmatig. Het onderzoek zal in de komende uitgaven van de Scientific Dentistry United (SDU) worden gepubliceerd.