Organisatie van Nederlandse Tandprothetici

Onduidelijkheid vergoeding materiaal- en techniekkosten tandprothtiek voor patiënten door CZ blijft vooralsnog bestaan

Bij de contractering van tandprothetische zorg voor 2026-2027 heeft CZ er voor gekozen de materiaal- en techniekkosten buiten beschouwing te laten en dus niet in te kopen bij zorgaanbieders. CZ heeft aangegeven dat de bedragen die op de gepubliceerde lijst met 'materiaal- en techniekkosten 2026’ staan, de bedragen zijn die CZ maximaal aan patiënten vergoedt. Deze tarieven zijn niet overeengekomen met zorgaanbieders. Aanvullend kan eventueel een machtiging worden aangevraagd, waarna CZ kan besluiten méér te vergoeden. 

Volgens CZ kunnen tandprothetici de werkelijke materiaal- en techniekkosten bij CZ in rekening brengen, waarbij CZ tot het maximale bedrag op de gepubliceerde CZ-lijst vergoedt. Als de techniekkosten hoger zijn, dan kan het restant door de zorgverlener bij de patiënt in rekening worden gebracht.

Hierbij dient de vraag zich aan of patiënten in deze situatie eigenlijk wel geconfronteerd kunnen worden met een lagere vergoeding. Als zorgverzekeraars bepaalde zorg niet inkopen (zoals in dit geval de materiaal- en techniekkosten voor tandprothetiek door CZ) zijn zorgverzekeraars volgens de Zorgverzekeringswet  (Zvw) immers verplicht om de verzekerde een volledige vergoeding te betalen die naar Nederlandse marktomstandigheden nog redelijk te achten is. Als tandprothetici voor de techniekkosten in eigen beheer het NZa-maximumtarief uit de Tariefbeschikking Tandtechniek in Eigen Beheer hanteren, rijst de vraag of patiënten dan wel met een lagere vergoeding kunnen worden geconfronteerd. Tot op heden heeft CZ deze vraag, die meerdere malen is voorgelegd, nog niet duidelijk beantwoord. Met het oog op de informatievoorziening aan patiënten door tandprothetici is CZ verzocht deze duidelijkheid alsnog zo snel mogelijk te verschaffen.